Daar zijn waar onze steun het grootste verschil maakt

Jesan uit Bangladesh met zijn moeder en een hulpverlener

Dit jaar nam het Liliane Fonds afscheid van partnerorganisaties in Nicaragua, Guatemala en Bolivia. Hiermee stopten niet alleen onze programma’s in die drie landen, maar het betekende ook ons afscheid van het werelddeel Latijns-Amerika, na ruim 40 jaar.

Een enorme stap, die door onze diepe verbinding met vele duizenden kinderen, ouders, partners en anderen, bepaald niet makkelijk was. Toch is het ook een logische stap voor het Liliane Fonds, op weg naar waar we in de wereld willen zijn: daar, waar onze steun het hardst nodig is.

Wie onze oude jaarverslagen erop na slaat, ziet dat het Liliane Fonds door de jaren heen wereldwijd in veel uiteenlopende landen actief was. Met opeenvolgende aanscherpingen en veranderingen in onze werkwijze en door ontwikkelingen in die partnerlanden, werd gaandeweg ook onze focus scherper. Vandaag de dag is dat proces nog altijd gaande.

Wat door de jaren heen onveranderlijk bleef, is ons doel: kinderen met een beperking doen volwaardig mee in hun gemeenschap. Met tientallen partners wereldwijd werken we aan de verwezenlijking van die droom. Met onze gezamenlijke programma’s bouwen we samen structurele, duurzame verbeteringen en bieden we kinderen rechtstreeks steun op maat. Om een maximaal effect te bereiken, richten we ons steeds nadrukkelijker op die landen waar onze middelen en inzet de grootste impact hebben.

Méér doen, in minder landen

Armoede en het hebben van een handicap zijn nauw met elkaar verbonden. Daarom streven we ernaar om 70% van ons budget (was 47%) in te zetten in landen die de VN classificeren als ‘least developed countries’, veelal de armste landen in de wereld. Daarnaast blijven we werken in landen waar ons werk nog broodnodig is. Via deze gerichte strategie gaan we méér doen in minder landen.

Daarbij kijken we naar samenhang in regio’s: buurlanden hebben vaak te maken met dezelfde, samenhangende uitdagingen. Problematiek rond rechten, zorg en onderwijs voor kinderen met een handicap stopt niet bij een landsgrens. Door regionaal te werken, leggen we onderlinge verbanden en stimuleren we kennisuitwisseling tussen landen. Zo kunnen we programma’s in meerdere landen uitvoeren, en hiervoor institutionele financiering werven.

Deze heldere landenfocus maakt het ons mogelijk om sneller in te spelen op veranderingen in de situatie in een land, bijvoorbeeld veroorzaakt door klimaatverandering, conflicten en armoede. Deze focus betekent ook, dat we in sommige gevallen afscheid nemen van partners, in landen waar het Liliane Fonds – soms al tientallen jaren – actief is geweest.

Dat geldt bijvoorbeeld voor onze partnerlanden in Latijns-Amerika. Hoewel daar nog altijd zeer veel mensen leven in armoede, worden de landen door de VN gerekend tot categorie de ‘low-middle income’ en ‘upper middle income’. Dat betekent onder andere dat het niveau van de gezondheidszorg en voorzieningen voor mensen met een beperking, op een hoger niveau staat dan in armere landen. Tegelijk beseffen we ook, dat in deze regio absoluut ook nog veel te verbeteren is aan de positie van mensen met een beperking.

Het was dan ook een ronduit moeilijk besluit om onze partnerschappen in deze regio af te bouwen. Dit proces doorliepen we de afgelopen jaren zeer zorgvuldig en stapsgewijs, samen met de partners en rekening houdend met hun specifieke situatie en behoefte. We keken bijvoorbeeld naar de periode ná de afbouwperiode, zodat zij hun programma’s en ondersteuning van kinderen kunnen voortzetten. Dit jaar rondden we dit proces af, en namen we afscheid in de laatste drie partnerlanden op het continent: Bolivia, Nicaragua en Guatemala. Vanuit dezelfde visie en strategie en volgens eenzelfde, zorgvuldig en stapsgewijs proces, bouwden we ook onze programma’s af in India, Benin, Nigeria, Vietnam en Tsjaad.


Aandacht voor afscheid

Het proces van afscheid nemen gebeurde met zorg en aandacht, zag Laura Berghuis, programmamanager van het Liliane Fonds. In mei 2026 nam ze met collega John Veron namens het Liliane Fonds persoonlijk afscheid van de partners in Bolivia, Guatemala en Nicaragua. Laura: “Het was waardevol en fijn om alle organisaties nog te zien en spreken, en samen terug te blikken. Met enkele organisaties werken we al vanaf de jaren 80 samen, hebben we dus een enorme geschiedenis. In onze gesprekken kwamen veel namen van oud-mediatoren en voormalige medewerkers voorbij.”

Een kleine 3 jaar voor dit afscheidsbezoek – augustus 2023 – werd het besluit tot afbouw aan de organisaties bekend gemaakt. Laura: “Dat gaf hen ruim de tijd om aan het idee te wennen en om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie. Desondanks merkte je soms in gesprekken de hoop dat de samenwerking toch zou worden voortgezet. In alle landen hebben we daarom de tijd genomen om het besluit opnieuw toe te lichten en vragen hierover te beantwoorden.”

“Het was mooi om te merken dat organisaties ons het allerbeste toewensen voor de toekomst en hopen dat we in de landen waar we actief blijven net zoveel impact kunnen maken als we hier hebben gedaan. Uiteraard blijft het besluit verdrietig en vloeiden er soms echte tranen, maar de dankbaarheid, waardering en blijdschap voor de lange samenwerking voerden de boventoon.”

Daarnaast benadrukten de organisaties hun waardering voor de afbouwperiode, zag Laura. Deze periode bood hen tijd en financiële flexibiliteit om na te denken over de toekomst van hun organisaties. Zoals het ontwikkelen van alternatieve strategieën voor fondsenwerving en te werken aan de verduurzaming van hun activiteiten.

Hoe dan ook heeft ons afscheid gevolgen voor organisaties, zag Laura: “We waren onder de indruk van hoe sommige organisaties aan de slag zijn gegaan en hoe sterk zij inmiddels staan om hun missie voort te zetten. Tegelijkertijd zagen we ook grote verschillen en verwachten we dat een aantal organisaties het financieel moeilijk zal krijgen. Anderen gaven aan dat juist in lastige tijden nieuwe en waardevolle alternatieven ontstaan, omdat er geen andere weg meer is.”


Netwerken bouwen

Tegenover het afscheid, staan de kennismakingen met nieuwe partners. In een aantal landen in Azië en Afrika is het selectieproces hiervoor afgerond of nog in volle gang. Daarnaast blijven we actief in Sierra Leone, Kameroen, Burkina Faso, Kenia, Togo, Niger, Oeganda, Ethiopië, Tanzania, Zambia, Zuid-Soedan, Zimbabwe, Rwanda, Burundi, Democratische Republiek Congo, Indonesië, Nepal, de Filippijnen en Bangladesh. Wanneer het proces rond de landenfocus is afgerond, werkt het Liliane Fonds in 18 tot 20 landen.

Bovenstaande roept de vraag op hoe onze selectie van nieuwe partners werkt. Als eerste stap bij het opbouwen van een netwerk, brengen we per land in kaart welke relevante organisaties actief zijn. Daartoe winnen we advies in binnen ons bestaande partnernetwerk en in internationale netwerken. Dit combineren we met criteria uit onze doelstellingen en andere gegevens – zoals de geografische situatie – tot een shortlist van organisaties met wie we een mogelijke samenwerking onderzoeken. Is de uitkomst van dit onderzoek positief, dan staat het sein op groen om een formele overeenkomst te sluiten met de nieuwe partner. Het fundament voor een nieuw programma voor kinderen met een handicap is gelegd.

Die overeenkomst omvat afspraken over alle aspecten van de samenwerking. Van werkwijze en bescherming van kinderen, tot monitoring van administratieve procedures en financiële verslaglegging. Om de 3 tot 5 jaar evalueren we de samenwerking met de partner. Zo kunnen we bijsturen of aanpassingen doen, als dat nodig is. Vanuit dit partnerschap bouwen we samen aan programma’s waarbij het kind altijd centraal staat, en voor de langetermijn zodat de situatie van alle kinderen met een handicap in het land duurzaam verbetert.

Rechten als leidraad

Om de structurele verandering te bereiken die we nastreven, is steun en medewerking van de overheid onmisbaar. Daarom werken onze partners goed samen met de overheid rondom praktische invulling van plannen en programma’s. De meeste thema’s binnen het domein ‘handicap en inclusie’ zijn niet politiek gevoelig. Maar ook thema’s die in sommige landen wel gevoelig kunnen liggen, zoals Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten, gaan we niet uit de weg.

We werken ook in landen waar de overheid geen goede reputatie heeft rondom mensenrechten. Ook daar werken we met onze partners vanuit een rechtenbenadering en volgen we een duidelijke visie en strategie. Onze partners weten wat mogelijk is in de context van hun land en weten haarfijn waar de rode lijnen lopen. Daar houden ze rekening mee, zonder het gesprek met de lokale overheid uit de weg te gaan. Ons uitgangspunt is altijd het belang en de veiligheid van kinderen en jongeren. We mogen hen, hun ouders of de organisaties waar we mee werken, nooit in gevaar brengen.

Stappen vooruit

Uiteindelijk is alles wat we doen gericht op een doel: een zo groot mogelijke en blijvende positieve impact hebben in het leven van zoveel mogelijk kinderen en jongeren met een beperking. Met onze partners blijven we stappen in die richting zetten. Daar waar onze steun het hardst nodig is.