10 jaar VN-verdrag handicap: ook op deze Prinsjesdag doet Nederland niet wat het belooft
In 2016 ratificeerde Nederland het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Tien jaar later houdt het Nederlandse ontwikkelingsbeleid nog steeds volstrekt onvoldoende rekening met mensen met een beperking. Ook de nieuwe begroting die de regering vandaag presenteerde, brengt hierin geen verandering. Hoog tijd dat minister Sjoerdsma deze onacceptabele buitensluiting van mensen verandert.
De totstandkoming van het VN-verdrag in 2006 was een mijlpaal in de emancipatie van mensen met een beperking. Lang werd er naar handicaps gekeken puur als een medisch probleem. Dit verdrag markeert een fundamentele omslag: mensen met een beperking worden niet langer benaderd vanuit zorg of medelijden, maar vanuit hun rechten, om als volwaardige mensen erkend en behandeld te worden.
We spreken hier over maar liefst 16% van de wereldbevolking die met een beperking te maken heeft. Dat deze mensen onvoldoende betrokken worden in de samenleving is op de eerste plaats het falen van die samenleving. Dit verdrag erkent dat en legt het probleem niet langer uitsluitend bij mensen met een beperking. De ondertekening van het verdrag was dan ook een hoopvol moment.
Tien jaar na de ondertekening, in 2016, ratificeerde Nederland het verdrag en beloofde het uit te voeren. Onderdeel hiervan is dat de inclusie van mensen met een beperking ook in het ontwikkelingsbeleid wordt opgenomen. Opdat Nederlandse projecten in ontwikkelingslanden óók bijdragen aan inclusie van mensen met een beperking.
Dit is hard nodig. Het grootste gedeelte van kinderen met een handicap woont in landen in Azië, Afrika of Latijns-Amerika, waar voorzieningen vaak helemaal niet ingericht zijn op wat zij nodig hebben. In de gezondheidszorg is weinig kennis over handicaps. Scholen en onderwijsprogramma’s zijn vaak niet aangepast aan de behoeftes van deze kinderen. Daarnaast is er vaak sprake van hardnekkig stigma. Kinderen met beperking die door de duivel bezeten zouden zijn of die anderen zouden kunnen besmetten. Als gevolg hiervan worden zij vaak geïsoleerd en zelfs verborgen gehouden, uit angst, schaamte of armoede. Dit heeft rampzalige gevolgen voor de ontwikkeling van deze kinderen.
Wat Nederland met de ratificatie beloofde, gebeurt nog veel te weinig. Het was al een teken aan de wand dat in de beleidsplannen van Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Sjoerd Sjoerdsma (D66), de positie van mensen met een beperking niet genoemd werd, laat staan dat er beleid op wordt gemaakt. Wie hoopte om vandaag, Prinsjesdag 2026, in de Nederlandse Rijksbegroting eindelijk alsnog een paragraaf, of op zijn minst een enkele zin hierover te lezen, komt – alweer – bedrogen uit. Nog altijd besteedt onze regering geen woord aan de rechten van miljoenen mensen wereldwijd.
Het is onbegrijpelijk te moeten constateren dat mensen met een beperking nog altijd geen prioriteit hebben, ook niet van de nieuwe regering. Sterker nog: ze worden vergeten.
Dit is onacceptabel. Kinderen en mensen met een beperking komen tot 20 jaar eerder te overlijden. Niet vanwege hun beperking, maar omdat ze worden uitgesloten van zorg en voorzieningen. Dit is een onaanvaardbare schending van mensenrechten.
10 jaar na de ratificatie van het VN-verdrag kan het niet zo zijn dat mensen met een beperking nog steeds worden vergeten. Dit jubileum is wat mij betreft dan ook geen reden voor een feestje, maar hét moment voor minister Sjoerdsma om eindelijk de belofte van Nederland waar te maken en de rechten van mensen met een beperking de plek in het beleid te geven die ze verdienen. Dan heeft over 10 jaar iedereen écht wat te vieren.