Abeda zit vier jaar vast tussen vier muren
Ruim vier jaar thuis opgesloten zitten. Niet uit kwade bedoelingen, maar uit bescherming. Omdat je ouders bang zijn dat je jezelf weer pijn zult doen. Of nog erger: anderen jou. Dat is het leven van Abeda (7) uit Kameroen.
Door vergroeiingen aan haar armen en benen kan Abeda niet lopen. Ze schuift door het huis. Al vier jaar lang is ze nauwelijks buiten geweest. Abeda droomt van iets wat voor veel kinderen vanzelfsprekend is: naar school gaan, spelen met vrienden en de wereld ontdekken. Maar zonder medische hulp en hulpmiddelen blijft die droom buiten bereik.
Met jouw hulp kan Abeda de zorg krijgen die ze nodig heeft.
Als baby leek er niets aan de hand. Tot ze uit de draagdoek van haar moeder viel en haar heup brak. Het bleek de eerste van vele botbreuken. Armen, benen, opnieuw een heup. Bij het minste of geringste brak Abeda iets. Haar ledematen zijn inmiddels vergroeid en ze kan niet lopen.
Stiekem naar buiten
“Ik word heel verdrietig als ik andere kinderen zie lopen. Ik wil ook spelen”, vertelt Abeda. “Ik wil de wereld zien, maar mijn benen doen het niet.” Nieuwsgierig als ze is, schuifelt ze op haar billen soms stiekem toch naar buiten. Ze wil graag naar de autoweg vlakbij haar huis. Gewoon om mensen te zien. Om deel uit te maken van het dagelijks leven. Maar het leven buiten wil haar niet zien.
‘Gooien met stenen’
“Ze wordt uitgelachen. Of mensen gooien stenen naar haar”, vertelt haar vader Amadou. Thuis oefent Abeda het alfabet op een krijtbordje. Naar school gaan is haar grootste droom. Maar juist dat is de grootste angst van haar ouders. “Ik ben bang dat kinderen haar zullen pesten. Dat Abeda dan nog meer botten breekt omdat ze haar pijn doen”, zegt Amadou. De wanhoop was groot. Totdat een informatiefolder hen in contact bracht met John.
John geeft niet op
John Tata Chia (56) werkt als gezondheidswerker voor partnerorganisatie CBCHS in Kameroen. Deze organisatie helpt kinderen met een handicap aan goede zorg en onderwijs. Om kinderen op te sporen verspreiden Johns collega’s folders in dorpen. Zo kwam Abeda haar vader met de organisatie in contact.
“Tijdens mijn eerste bezoek aan Abeda heb ik me vooral gefocust op haar ouders”, vertelt John. Hij bood een luisterend oor, zonder oordeel. “Het is al grote winst dat ze hulp willen aannemen.” Dat is niet vanzelfsprekend. Regelmatig staat John voor een dichte deur. “Ouders zijn het zo gewend dat de buitenwereld niets met hun kind te maken wil hebben, dat ze wantrouwend zijn geworden.” Toch geeft John nooit op.
Samen met John kan jij Abeda vooruithelpen.
Dit is er nodig:
- Een uitgebreid medisch onderzoek om een diagnose vast te stellen en te bepalen welke behandelingen nodig zijn.
- Een aangepaste rolstoel. Daarmee kan zij veilig naar school.
- Voorlichting in de buurt en op school. Zo begrijpen mensen dat Abeda ook gewoon een kind met dromen is.
- Begeleiding voor leraren op school over hoe ze Abeda kunnen helpen.